...on life and other dreams...

dinsdag 31 augustus 2010

'Kameleon'...

Op 'n dag hing de kameleon, zoals gewoonlijk op warme dagen, te zonnen aan de grijze muur op het zuiden. Plots dacht hij opgemerkt te hebben dat het groen aan de overkant iets minder groen leek, en de bloemen minder kleurig… Ach, dacht hij, de zon geeft wellicht wat minder van zijn licht vandaag…
Bij valavond, toen het iets koeler werd legde hij zich te slapen tussen de nog heerlijk warme stenen waar hij al sedert heel lang zijn „legertje‟ had gemaakt. Er groeide wat mos bovenop.
En toen het ochtend werd trok hij dan weer naar zijn vast „hangplekje‟ om zo nu en dan een vlieg of een voorbijtrekkende kever te verschalken met zijn bliksemsnelle tong.
‟s Middags, toen de zon op z‟n hoogst stond, dacht hij op te merk
en dat het groen aan de overkant nòg iets minder groen was geworden en de bloemen nòg wat minder kleurig.

Toen er een mus op de muur landde vroeg hij haar of ze ook had gemerkt dat de planten en bloemen wat fletser, wat grijzer waren geworden. De mus had „welnee‟ geantwoord, fladderde even „adieu‟ met haar rechtervleugeltje en vloog verder. Misschien zien mussen wel niet zo goed als kameleons bedacht hij, sloot zijn oogjes en begon een middagslaapje.
En ‟s avonds kroop hij weer tussen de warme stenen…
De volgende ochtend kon hij zijn oogjes niet geloven: het groen en de bloemen aan de overkant waren nu écht wel grijs en bijna kleurloos!
Op dat ogenblik kwam kleine uil aanvliegen, riep even „dju‟ en zette zich vlakbij op ‟n takje.
"Vriend uil", zei de kameleon, "vriend uil", "wat zie jij aan de overkant"? De uil zei dat hij het felle groen zag, en de mooie,
kleurige bloemen. "Waarom vraag je me dat eigenlijk"? vroeg kleine uil.
Kameleon aarzelde even en vertelde over zijn ogen, die…
"Dan ben je kleurenblind", zei kleine uil, "gewoon kleurenblind"; "je wéét dat er kleuren zijn, maar je ziet ze niet; dat is alles…"; "weet je, soms zie ik de dingen te scherp, en dat is ook wat".
Dàt kon kameleon zich niet voorstellen…
"Kom", zei kleine uil, "zet je bij me, dan vertel ik je precies en in geuren en kleuren hoe het er aan de overkant uit ziet".
Zo zaten ze uren knusjes bij mekaar. En toen het al wat later op de avond werd namen ze afscheid.
"Dag kleurige kameleon, ik vlieg ervandoor, tot morgen dan…"
"Dag grijze uil, mijn vriend, tot morgen dan…"
En toen kameleon lag te sussen tussen z'n stenen droomde hij van de heerlijke kleuren die zijn vriend zo mooi… "Kleur én blind"..., dàt kon kameleon zich niet voorstellen…
Hij verschoot even van zijn eigen snurkgeluidjes en viel terug in slaap.

...

uit: 'speelgoedjes, minidroompjes en minder'

Blogarchief